Tennis voor dummies

 

                        

 

De tennis spelregels zijn eenvoudig. Of toch niet?  Iedereen weet wel dat je voor tennis met 2 (of  4) moet zijn en dat je op zijn minst een racket en een bal nodig hebt. Maar de reglementen bevatten ook een aantal details die vooral in officiële wedstrijden (interclub / tornooien) van belang kunnen zijn. Hierna hebben we enkele van deze regels gebundeld. De lijst is absoluut niet volledig! Voor deze volledige reglementering verwijzen we naar www.vtv.be.

  • TOSS

De keuze van kant en de keuze om te serveren of te ontvangen wordt voor aanvang van de opwarming beslist door loting. Deze loting wordt in de praktijk dikwijls uitgevoerd aan de hand van het symbool op het handvat van de racket. De speler/team die de toss wint heeft de volgende keuzes:

  1. het recht om serveerder of ontvanger te zijn, in dit geval kiest de tegenstrever een kant voor het eerste spel van de wedstrijd; of
  2. Hij kiest een kant, in dit geval heeft de tegenstrever het recht te kiezen om te serveren of te ontvangen; of
  3. Hij laat de keuze aan de tegenstrever.
  • WISSELEN VAN SPEELHELFT

De spelers moeten van speelhelft wisselen na het eerste, derde en elk volgend oneven spel van elke set.
De spelers/teams zullen eveneens van speelhelft wisselen aan het einde van elke set, behalve indien het totaal aantal spellen in die set even is. In dit geval wordt van kant gewisseld na het eerste spel van de volgende set.
Tijdens een tie-break wordt elke zes punten van kant gewisseld.

  • BALLEN

Een tennisbal moet meer dan 56,0 gram en minder dan 59,4 gram wegen.

De bal moet meer dan 135 cm stuiten en minder dan 147 cm, wanneer men deze van een hoogte van 254 cm op een betonnen vlak laat vallen.

  • TERREIN

Het speelveld moet een rechthoek zijn, 23,77 m (78 voet) lang en voor het enkelspel 8,23 m (27 voet) breed. Voor het dubbelspel moet het terrein 10,97 m (36 voet) breed zijn.

Het net moet reglementair opgehangen worden aan twee netpalen die 1.07m (3,5 voet) hoog zijn. Deze palen staan op 0.914 m (3 voet) buiten het veld voor het dubbelspel.

In het midden moet het net een hoogte hebben van 0.914 m.

Wanneer men enkel speelt met een net voor dubbelspel, moet men het net aan weerszijden ondersteunen met netpalen van 1.07m hoogte die geplaatst worden op 0.914m buiten de zijlijn voor het enkelspel.

 

  • SPELSITUATIES

Een bal die op de lijn valt, wordt binnen gerekend.

Een servicebal die niet het net raakt maar wel de tegenspeler vooraleer hij de grond raakt, is foutief.

Een servicebal die het net raakt en daarna de tegenspeler vooraleer hij de grond raakt wordt beschouwd als een service-let en dient herspeeld te worden.

De speler verliest een punt wanneer

hij de bal raakt vooraleer deze het net gepasseerd is.

hij met zijn lichaam of racket het net raakt of de grond in de speelhelft van de tegenstrever

 

Wanneer de bal over het net gaat en (door effect) terugspringt of door de wind wordt teruggeblazen, mag de speler die aan de beurt is om de bal te slaan over het net reiken om de bal te raken, op voorwaarde dat hij zelf of zijn  racket het net niet raakt!!

Een speler mag met het racket over het net komen nadat hij de bal heeft geslagen op zijn eigen speelhelft en de bal de grond in het juiste speelveld raakt

 

  • SERVEREN

volgorde van serveren bij dubbel:

Het team dat aan de beurt is om te serveren in het eerste spel beslist onderling welke van beide spelers begint te serveren. Hetzelfde geldt voor het tweede spel ; ook hier zullen de spelers bepalen wie van beide eerst zal serveren. De partner van de speler die serveerde voor het eerste spel zal serveren voor het derde spel; de partner van de speler die serveerde voor het tweede spel zal serveren voor het vierde spel. Deze volgorde blijft aangehouden gedurende de ganse set.

Het team dat ontvanger is voor het eerste spel van een set beslist onderling welke speler het eerste punt zal ontvangen. Zijn partner wordt dan ontvanger van het tweede punt; deze volgorde blijft tot het einde van het spel en de set.
Hetzelfde geldt voor de tegenstrevers, zij beslissen bij het begin van het tweede spel wie van beiden eerst ontvangt.
Dit betekent dat men bij start van elke set de volgorde mag wijzigen.

Voetfout

bij het serveren moet de speler achter de achterlijn staan, afwisselend op de rechterhelft en de linkerhelft. Bij enkelspel mag de speler niet gaan staan tussen de zijlijnen voor het enkel- en dubbelspel.

Vooraleer de bal gespeeld is, mag geen enkele voet de achterlijn raken of het denkbeeldige verlengde van de zijlijn of het middenmerk.

 

  • RUST

Tijdens de kantwisseling is een rustpauze van 90 seconden toegestaan (behalve na het eerste spel in een set). Op het einde van een set is een pauze van 120 seconden toegestaan.

De inspeeltijd vooraleer de wedstrijd te starten bedraagt maximum 5 minuten.

 

  • COACHING

Coaching (mededelingen of goede raad aan de speler) tijdens een wedstrijd is niet toegestaan. Enkel bij ploegencompetities (vb. interclub) mag de kapitein van de ploeg op de spelerbank zitten en tijdens de pauzes de speler(s) coachen.

 

  • PUNTENTELLING

Voor het tellen van de punten zijn verschillende systemen mogelijk. Belangrijk is dat het gekozen systeem voor de start van de wedstrijd of het tornooi bekend gemaakt wordt en dat dit systeem voor elke wedstrijd van het tornooi dezelfde is.

Een wedstrijd wordt gespeeld naar 2 winnende sets (beste van 3 sets). Soms wordt er gespeeld naar 3 winnende sets (beste van 5 sets).

Een set wordt gespeeld naar 6 winnende spellen, op voorwaarde dat gewonnen wordt met 2 spellen verschil. Indien nodig, wordt verder gespeeld tot dit verschil bereikt is (op die manier zijn soms monsterscores van 14-16 mogelijk).

Een alternatieve manier is dat er niet gespeeld wordt naar 2 spellen verschil, maar dat er bij een gelijke stand (6-6) een tie-break gespeeld wordt voor het beslissende spel.

Bij gebruik van het tie-break systeem, heeft men dan nog de keuze om de laatste beslissende set (3e set) te spelen volgens dit tie-break systeem of volgens het normale systeem.

 

De puntentelling in een spel gebeurt als volgt per punt:

  • geen punt:               ‘nul’
  • eerste punt:            ’15’
  • tweede punt:           ‘30’
  • derde punt:             ‘40’
  • vierde punt:            ‘spel’

wanneer beide spelers drie punten gewonnen hebben is de score gelijk. De speler die bij de score ‘gelijk’ het volgende punt wint, bekomt ‘voordeel’. Indien hij nogmaals het volgende punt wint, wint hij het spel. Indien de tegenstrever het volgende punt wint, wordt de score weer ‘gelijk’. Om het spel te winnen moet een speler twee opeenvolgende punten na een gelijke stand winnen.

Bij de vermelding van de stand wordt de punten van de serveerder altijd het eerst vernoemd.

  • TIE-BREAK

De tiebreak regeling stelt in werking, zodra een gelijke stand van 6-6 is bereikt. Deze beslissende fase van een set verloopt als volgt:

Tiebreak in het enkelspel

De speler die het eerst 7 punten bezit (met een voorsprong van twee punten) heeft een tiebreak en daarmee de set gewonnen. Wordt er in die tiebreak een 6-6 stand bereikt, dan moet men zolang doorgaan, totdat een van beide spelers een voorsprong van 2 punten behaald heeft. Men telt in die tiebreak niet 15-0, 30-1, ... ; maar 1-0, 2-0, ...
De speler die de tiebreak met de opslag begint, serveert voor één punt, maar zijn tegenstander daarna voor het tweede en derde punt. Vervolgens serveren beide spelers voor twee punten achtereen, totdat vaststaat wie gewonnen heeft.
Vanaf het eerste punt wordt er afwisselend vanaf de rechter- en de linkerkant geserveerd.
Er moet van kant gewisseld worden na elke 6 punten en ook nadat de tiebreak ten einde is.

Tiebreak in het dubbelspel

In de tiebreak wordt het dubbelspel op dezelfde manier gespeeld als het enkelspel. De speler die met serveren begint, serveert voor het eerste punt. Daarna geldt voor iedere speler die aan de beurt is dat hij voor twee punten achtereen serveert. Dat gaat zo door tot vaststaat wie de tiebreak, en dus ook de set, gewonnen heeft.

Opslag-volgorde

De speler/het duo die in de tiebreak met serveren is begonnen, ontvangt de service in de eerste game van de volgende set.

Puntentelling in een tie-break

Tijdens een tie-break spel is het scoreverloop ‘nul’, ‘1’, ‘2’, ‘3’, enz. De eerste speler die zeven punten wint, wint het ‘spel’ en de ‘set’, op voorwaarde dat er twee punten verschil zijn met de tegenstrever. Indien noodzakelijk wordt het tie-break spel voortgezet tot dit verschil is bereikt.
 

Deze tekst is ook raadpleegbaar als PDF.